Posted on 15th May 2011
Tags: Julek, grijs, grauw, treurig, ochtend, proza,

II

Julek deed zijn ogen open en voelde zich meteen treurig. Aan het soort licht dat door het kiertje tussen de gordijnen door kwam, zag hij dat het een grijze dag was met een vieze uitgesmeerde hemel, en dat betekende dat hij verdrietig zou zijn. Verder betekende het niets want de dingen gingen gewoon hun gang, maar dan wel ondergedompeld in een pijnlijke bijna-kleurloosheid, zonder schaduwen. Het vooruitzicht daarop stemde Julek treurig. Sommigen zeiden dat hij te gevoelig was.

Beseffend dat hij niet verder zou kunnen slapen, vindend dat een mens zelf moest kunnen beslissen wanneer hij in slaap viel, en geen begrip hebbend voor de Schepper die het daar niet mee eens was, stond hij met hangende schouders op. Het leven was niet zwaar, maar zijn schouders waren zwak.